Sint-Annakerk: startschot spraakmakende herbestemming

De Gentse Sint-Annakerk gooide onlangs haar hoge houten deuren open, voor een halve dag. Om de buurtbewoners en andere geïnteresseerden het huidige interieur nog eens te tonen. En om de plannen die Delhaize heeft met dit historische pand uit de doeken te doen. Dat is nodig, want er was wel wat weerstand de afgelopen jaren. Veranderingen – en zeker herbestemmingen van religieuze gebouwen – liggen vaak gevoelig. Velen schrikken wanneer een kerk een verrassende nieuwe functie krijgt. Zeker als een grote supermarktketen de enige kandidaat blijkt te zijn met een haalbaar plan. Maar goed, we moeten een kat ook een kat noemen: de voorbije decennia liepen de ongeveer 1700 kerken in Vlaanderen steeds meer leeg. Terwijl intussen de onderhouds- en restauratiekosten van die grote en vaak leegstaande gebouwen almaar stegen. Dan mogen we verheugd zijn dat er verschillende nieuwe bestemmingen worden gevonden, van circustempels, bilbliotheken en hotels tot – welja – een supermarktkerk.

Wat in de geschiedenis van de Sint-Annakerk wel interessant is: indertijd werd ze ook al gebouwd omwille van een grote maatschappelijke verandering. Toen Gent Zuid een moderne, welvarende wijk werd, met nieuwe verkeersassen, een groot station en zelfs een zoo. De bevolking groeide erg snel, en de bestaande kapel werd te klein. Zo ontstond de kerk die we nu kennen.

Die grote omwenteling aan de Gentse zuidkant begon met het droogleggen van de Muinkmeersen, een moerassig gebied, op het eind van de achttiende eeuw. In 1837 kwam er een spoorlijn tussen Gent en Mechelen en niet veel later het Zuidstation. En in 1853 opende de dierentuin, waaraan het Muinkpark en de omliggende straten met dierennamen nog herinneringen oproepen. Er kwamen ook belangrijke verkeersaders en -knooppunten bij, zoals de Keizer Karelstraat en het Van Arteveldeplein, dat later werd omgedoopt tot het Sint-Annaplein. Voor de nieuwe, veel grotere kerk dan de eerdere Sint-Catharinakapel, kreeg de kerkraad een vergunning in datzelfde jaar. Lodewijk Roelandt werd de architect, in Gent bekend van o.a. de aula van de universiteit, het casino, het justitiepaleis, de opera, de rijschool voor de ruiterij en het slachthuis.

Kerk steunt op 1048 houten palen
Datzelfde jaar al startten de funderingswerken, er werden een indrukwekkende 1048 beukenhouten palen de grond in geheid. Want ja, het was moerasgrond. En toen doken de eerste problemen op. De palen zaten naar verluidt niet diep genoeg, wat tot hevige discussies leidde, waarop architect Roelandt ontslag nam. Jacques Van Hoecke nam over, liet de funderingsbalken een meter verlagen en bouwde een ietwat soberder religieus gebouw dan wat zijn collega-architect gepland had. Maar goed, de nieuwe kerk mocht er wel zijn, ze werd in 1863 ingewijd.

Opvallend is de voor België zeldzame Rundbogenstil, die mogelijk was door het innovatieve gebruik van staal. De stijl is eclectisch met een dominante combinatie van Romaanse en gotische kenmerken. Ze doet denken aan de kathedralen van Orvieto en Siena. De gelijkenis is duidelijk, ze hebben de architecten zeker geïnspireerd. Binnen vallen de 4000 m² monumentale oosters-Byzantijnse muurschilderingen op, met de typische, vrij vlak geschilderde personages tegen een gouden achtergrond. Kunstschilder Theodoor Canneel werkte er 30 jaar aan. Dat is trouwens ook ongeveer de tijd die ze nu al aan het verkommeren zijn, de restauratieproblematiek gaat al verder terug dan de jaren 90 van de vorige eeuw.

Twee gespecialiseerde architectenbureaus
Het was dus Delhaize die de handschoen opnam, intussen al meer dan vijf jaar geleden. Snel laaide protest op, met onder anderen een oude violist die elke dag een deuntje kwam spelen op de trappen van de kerk als meest opvallende en poëtische protagonist. En dat is te begrijpen, belangrijke veranderingen roepen vaak weerstand op. Tegelijk is het restaureren en aanpassen van zo’n gebouw aan de noden van deze tijd niet voor iedereen – en ook niet voor ieders beurs – weggelegd. Belangrijke spelregel: de stad blijft eigenaar en de supermarktketen moet ze na 99 jaar ook weer teruggeven, en wel in de originele staat.

Het gebouw en het volledige interieur zijn een beschermd monument, daaraan mag dus niets onomkeerbaar gewijzigd worden. Na afloop van de erfpacht moeten alle toevoegingen weer worden weggehaald. Daarom haalt Delhaize de mosterd bij twee daarin gespecialiseerde architectenbureaus. Eentje huist op een boogscheut van de Sint-Annakerk, en is zelf ook al 100 jaar oud: Bressers Architecten. Ze kunnen een mooie portfolio van kerkrestauraties en -verbouwingen voorleggen: zoals het bezoekerscentrum aan de Sint-Baafskathedraal, werken aan de Sint-Michielskerk, de Sint-Niklaaskerk, het Groot Vleeshuis en het Gentse stadhuis. Ze zijn het gewoon omzichtig om te gaan met waardevol erfgoed. En zijn van zinnens de muur- en plafondschilderingen maximaal zichtbaar te laten, ook het winkelplan houdt er rekening mee. Ze werken samen met WoonWerk Architecten, een Antwerps/Rotterdams ‘ontwerpbureau voor architectuur en complexe projecten in de stad’.

‘In een basiliek werd in de oudheid ook al handel gedreven’
Wat is buiten de restauratie en het maximale behoud van het uitzicht op de indrukwekkende muren en plafonds het opzet? Wel, de winkelzone komt in het middenschip. Daarbij merken de architecten op dat er tweeduizend jaar geleden ook al handel werd gedreven op zulke plekken, in de toenmalige basilica. Die functie keert nu terug naar de Sint-Annakerk. Op de plaats van het vroegere koor, waar in de kerk brood en wijn werden geschonken en gedeeld, komt een restaurant. En bovenop het doksaal, nabij het orgel, opent over ongeveer twee jaar een wijnbar. Dat orgel zal bespeelbaar blijven en men gaat er ook voor zorgen dat de akoestiek minstens van dezelfde kwaliteit blijft als nu. Rechts van het gebouw krijgt de buurt een parkje met een paviljoen. Links tekenden de architecten de laad- en loszone, langs die kant voorzien ze ook de keuken van het restaurant.

Het startschot voor het ongetwijfeld vele werk om het gebouw weer in topconditie en aangepast te krijgen, is nu gegeven. Als alles volgens plan verloopt, zullen de deuren in 2027 weer openzwaaien, voor het grote publiek, en voor lange tijd. Benieuwd of de architecten tegen dan hebben waargemaakt wat ze vandaag beloven. En of het écht een nieuwe ontmoetingsplaats wordt, waarbij niet alleen spijzen en dranken kunnen worden gekocht en gesavoureerd, maar waar ook buren en geïnteresseerden blijvend kunnen genieten van de unieke sfeer en de erfgoedwaarde van dit beschermde monument. De tijd zal het ons leren.


door