BOEKEN EXPO

24/02/2014 at 14:49

Kunstessay leest als knappe kortverhalenbundel

7165403498_e54efe146f_oSoms vermomt een schrijver zich als kunstenaar. De stelling is wellicht te boud, maar we hebben zelden een kunstessay onder ogen gehad dat zo lekker wegleest als ‘Heimwee naar krijt‘. Je kunt het boekje chronologisch doornemen of kriskras, en je hierbij laten leiden en verleiden door de titels. De teksten van Bart Lodewijks zijn zó goed, dat je zou gaan denken dat de krijtlijnen die hij zet slechts een excuus – of zelfs een dekmantel – zijn voor zijn schrijverij.

Lodewijks bedient zich van een eenvoudig medium: bordkrijt. Op pad met waterpas en ladder gaat hij minimalistisch aan de slag. Op gebouwen, op een wegdek, op trappen, op gevels, op een schutting, op binnenmuren, een enkele keer zelfs op een vrachtwagen. Dat genereert ontmoetingen, in veelal vergeten buurten, in veel te grijze straten. En van die ontmoetingen komen dus knappe verhalen. Soms aandoenlijk, soms grappig, soms bijtend, maar altijd met de fijngevoeligheid en de rijke beeldtaal van een schrijver.

Krijt is een erg vergankelijk materiaal, maar door de koppigheid van Lodewijks is er ook iets wat blijft. In wezen is zijn werk één ononderbroken lijn, doorheen verschillende dorpen en steden ter wereld. Lodewijks maakt telkens bijna dezelfde, radicale keuze, op telkens een andere plek. Op dit moment werkt hij o.a. voor The Model in Sligo (Ierland), voor de Whitechapel Gallery in Londen, in de buurt Moscou in Ledeberg (Gent) en in een aantal privéhuizen. In het verhalend essay ‘Heimwee naar krijt’ krijg je vooral een beeld van zijn werk in Ronse en Rio de Janeiro.

Elke lijn die Lodewijks trekt is in feite ook een vraagteken: hij stelt er de kunstpraktijk in het algemeen mee in vraag (Mag een kunstwerk vergankelijk zijn? Moet het niet tastbaar en verkoopbaar zijn? Zijn doodgewone lijnen – dat zijn ze niet maar dat is vaak de perceptie – wel kunst? Hoe sta ik in relatie tot de kijker, de ontvanger van het werk (veelal de buurtbewoners en toevallige passanten)? Hoeveel verdient dat? – een stoutmoedige vraag gesteld door één van de Ronsische schoolkinderen, in het boek), én zijn eigen hoedanigheid als kunstenaar. Want hoe ver kun je gaan als vader van twee jonge dochters? Kun je hen meeslepen in je onzekere avonturen? Waar houdt de kunst op en begint het gezin, en vice versa? Ook dat aspect komt ruim aan bod in het boek.

Kortom: wil je eens iets lezen dat buiten de schijnwerpers van het gekende literatuurcircuit valt, maar minstens even goed is: schaf dit kleinood aan bij de balie van S.M.A.K. of via het Mondriaanfonds.

‘Heimwee naar krijt: over de kronkelige weg naar krijttekeningen in Vlaanderen en Rio de Janeiro’, Bart Lodewijks, Essay 010, uitgegeven door het Mondriaanfonds, 15 euro.