BOEKEN HART

07/05/2013 at 14:32

Schrijnende openheid

Ze heet Jessica Meijer en ze is de dochter van die veel bekendere Nederlander zaliger: Ischa Meijer. Hij die drank en vrouwen aan elkaar reeg in onredelijke hoeveelheden, en uiteindelijk aan Connie Palmen bleef plakken, die over hun verhouding ‘I.M.’ schreef. Jessica Meijer dus, schreef ook een boek. ‘Een blik jodenkoeken’ zou over boulimie gaan, maar het gaat net zoveel over haar vader, of beter: over de afwezigheid van haar vader. Tot haar vierde heeft ze hem niet gekend, en op haar tiende was hij alweer dood. Daartussen zaten woensdagmiddagen en sporadische uitjes, vaak met Connie erbij.

Connie Palmen is schietschijf par excellence in dit autobiografische en wel heel erg therapeutische boek. Vreet- en kotsbuien, ontelbare scharrels, drugsfestijnen, typische tienerangsten, bekentenissen aan therapeuten, aanvaringen met vriendinnen, Connie en moederlief: we krijgen het allemaal ten overvloede opgediend. Héél vaak denk je: too much information. Het is de hulpkreet van een onzeker meisje dat nooit gehoord is, dat altijd over zich heen liet lopen en veel te vaak voorbeeldig zweeg, en die al die frustratie er nu in één schaamteloze geut uit laat gutsen. Dat van nabij moeten meevolgen en lezen is over de rand van het voyeurisme en neigt naar pornografie.

Maar goed, een afrekening met CoEen blik jodenkoekennnie Palmen dus, die in dit boek helemaal niet proper naar voren komt. Nogal schrijnend is dan ook de passage waarin Jessica Meijer Palmen confronteert met de pijn die ze ervoer bij de lectuur van ‘I.M.’ (vooral de al dan niet waarachtige passages waarin ze als kind zelf wordt opgevoerd), en de reactie van Palmen daarop. In plaats van empathie krijgen we wat protserig gedoe over de uitzonderingspositie van de schrijver. Daar moet het tienermeisje het maar mee doen.

Jessica Meijer draagt het torment mee dat je zo vaak ziet bij kinderen van bekende ouders, en waar je niet helemaal de vinger op kunt leggen, tenzij je er zelf zo eentje bent. Ze heeft een vader die ze amper heeft gekend, maar die de hele wereld wél kende, elk op zijn manier. Die bekendheid van haar vader voelt ze aan als een enorme druk, maar blijkt uiteindelijk ook haar redding. Want ze heeft niet alleen zijn verslavingen, maar ook zijn talent geërfd. Schrijven wordt haar medicijn. Dit boek is dus haar medicijn.

Of het evenveel indruk zou maken mocht de auteur een meisje zijn van dertien-in-een-dozijn, en niet de achternaam Meijer dragen? Moeilijk te zeggen. Maar vast staat dat ze in dit boek precies doet waar ze van walgt bij Connie Palmen: veel te veel open en bloot op tafel gooien. Conclusie: met een beetje goodwill kruipt dit boek van Jessica Meijer onder je vel, maar het is de vraag of het haar niet veel meer kwaad zal doen dan die paar lijntjes in ‘I.M.’.

 Jessica Meijer, ‘Een blik jodenkoeken’, Prometheus, 2013.